Psoriasis: BehandelingDe keuze van behandeling is afhankelijk van een reeks factoren, waaronder de uitbreiding van de ziekte ( PASI score), lokalisatie en beoordeling van de levenskwaliteit.
Beoordeeld op grond van het objectieve onderzoek van psoriasis ( PASI score) wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende zwaartegraden van psoriasis:
|
|
PASI score |
BSA |
|
Licht |
<7 |
<5% |
|
Matig |
7-12 |
2-20% |
|
Zwaar |
>12 |
>10% |
Richtlijnen voor de behandeling van PsA
Biologische behandeling van progressieve actieve psoriasis artritis kan de eerste keuze zijn, als de ontwikkeling van de ziekte dit vereist.
De patiënt dient zoveel mogelijk te worden beoordeeld door zowel een reumatoloog als een dermatoloog en de keuze van behandeling moet worden gebaseerd op geactualiseerde richtlijnen van de desbetreffende maatschappen.
Systemische behandelingen waaronder biologische behandelingsmiddelen.
Als psoriasis zeer uitgesproken is en niet op een algemene behandeling reageert, wordt vaak methotrexaat, retinoïd of cyclosporine gebruikt. Deze preparaten brengen een risico voor ernstige bijwerkingen met zich mee en ze worden daarom alleen door specialisten op het gebied van huidziekten gebruikt. De meest voorkomende controlebloedproeven bij individuele behandelingen zijn hieronder vermeld:
De meest voorkomende systemische behandelingen en hun routinecontrolebloedproeven:
Parameters die het vaakst beïnvloed worden, zijn het eerst vermeld. Bij het begin van de behandeling worden diverse proeven gedaan.
Cyclosporine: creatinine, Na+, K+, ASAT, basische fosfatasen, leucocyten- en differentiële telling.
Methotrexaat: ASAT, basische fosfatasen, creatinine, Na+, K+, leucocyten- en differentiële telling alsmede trombocyten.
Retinoïden: vast cholesterol, triglyceriden, creatinine, Na+, K+, ASAT, basische fosfatasen.
Biologische behandeling
De behandeling is een taak van de specialist.
Biologische geneesmiddelen zijn uit DNA-vervaardigde eiwitten, die lijken op de eiwitten die het lichaam zelf produceert. De eiwitten die hetzij antistoffen, hetzij receptorantagonisten zijn, hebben het voordeel dat ze een veel specifiekere werking hebben dan de traditionele behandeling. De preparaten onderscheiden zich van elkaar qua werkingsmechanisme, effect, toediening en bijwerkingenprofiel.
Doel van de biologische behandeling is een zeer dynamisch gebied, maar er zijn inmiddels diverse behandelingen die zich richten tegen tumornecrosefactor alfa (TNFa) (Infliximab, Eternacept en Adalimumab) geregistreerd voor de behandeling van psoriasis. TNFa is een cytokine met vele biologische werkingen, waaronder mediëring van inflammatie en modulatie van het immuunsysteem. Behandeling met de antistof Efalizumab, die gericht is tegen het humane CD11a, kan binding van co-stimulatoire functies aan zowel T-lymfocyten als B- en NK-celfuncties voorkomen, evenals binding van T-lymfocyten aan endotheel, waarbij minder lymfocyten het inflammatoire proces in de huid bereiken.
Er komen zelden bijwerkingen voor bij de biologische geneesmiddelen, maar in het begin kan de patiënt een lichte irritatie op de prikplaats ervaren, en sommigen hebben lichtere en voorbijgaande influenza-achtige symptomen.
De biologische behandelingen worden niet gebruikt bij psoriasispatiënten met ontstekingsaandoeningen (actieve infecties), bij bloedvergiftiging of het risico van bloedvergiftiging, of bij overgevoeligheid voor het product.
|