Nieuwsbrief
PatiëntArts

Cutane lymfocyt-infiltraten:

Benigne cutane lymfocytomen

Cutane T- en/of B-celinfiltraten omvatten
  • Benigne lymfocytomen (lymfocytoma cutis) en
  • Maligne lymfomen (primaire cutane lymfomen)
 
Lymfocytoma cutis
  • Benigne focaal reactieve hyperplasie van lymfoïde B- en/of T-cellen
  • Klinische/histologische trekken van lymfoom
  • Veroorzaakt door bekende of onidentificeerbare stimuli
  • Bekende agentia zijn UV-licht (actinisch reticuloïd), contactdermatitis, geneesmiddelen, tatoeages, gouden sieraden, insectenbeten, folliculitis, trauma's, infecties, vaccinaties.
  • Bij onidentificeerbare stimuli wordt de aanduiding pseudolymfoom gebruikt
  • Verhouding vrouw:man = 2:1
  • Solitair of gegroepeerd
B-cellymfocytomen vaak asymptomatische noduli gelokaliseerd op gezicht, borst en bovenste ledematen
T-cellymfocytomen vaak erythemateuze plaques met jeuk en pijn.
 
 
 
Biopsie
  • Gemengd lymfocytair infiltraat met gelijktijdig optreden van histiocyten, eosinofiele en plasmacellen
  • Immunohistochemisch aantonen van gemengde B- en T-celpopulaties
  • Polyklonaal optreden van kappa- en lambdaketens
Behandeling 
Eliminatie en behandeling van geïdentificeerd agens
Lokale steroïden
Lokale immunomodulatoren
Cryotherapie
Lichttherapie
Chirurgie
 
Follow-up controle van idiopathische pseudolymfomen voor observatie van extracutane manifestaties en mogelijke ontwikkeling tot maligne lymfoom (vaak CBCL).
 
 
Voorbeelden van lymfocytomen
 
Borrelia lymfocytoom
  • Predilectie voor oorlelletjes, tepels, areola, apex nasi en scrotum met lage huidtemperatuur. Borrelia antistof-positief in 50% van de gevallen
  • PCR-analyse identificatie op grond van weefselmonsters

Geneesmiddelen-geïnduceerd lymfocytoom
  • Triade bestaande uit plaque/papels/noduli, koorts en lymfadenopathie weken-maanden (jaren) na het medicijngebruik
  • Algemene symptomen met hoofdpijn, misselijkheid, artralgieën, conjunctivitis en pharyngitis
  • Leukocytose met eosinofilie, transaminase-stijging
  • Vermoedelijke hypersensitiviteitsreactie waarbij T- en B-cellen betrokken zijn
  • Vaak verbonden met polyfarmacie
  • Typische anticonvulsiva (fenytoïne en carbamazepine) en barbituraten
  • Anti-aritmica, antibiotica, antidepressiva, antipsychotica, antihistaminen, antihypertensiva, antireumatica (allopurinol), chemotherapeutica en vaccins (Hepatitis A- en B)
 
Actinisch lymfocytoom
  • Gelokaliseerd in aan licht blootgestelde regio's
 
Benigne cutaan lymfocytinfiltraat (Mb. Jessner)
  • Etiologie onbekend.  Familiaal optreden beschreven
  • Lichtsensitieve verergering met branderige jeuk, overeenkomend met de laesies
  • Jongere volwassenen. Mannen:vrouwen = 5:1
  • Erythemateuze 2 mm-maculae en geïnfiltreerde 2-cm plaques met centrale genezing zonder schilfervorming
  • Vaak gelokaliseerd op hoofd, hals, nek en het bovenste deel van de rug
  • Langdurige spontane remissie met tendens tot recidive.
 
 
Differentiële diagnoses
Discoïde LE
Lupus erytrematosus tumidens
CTCL/CBCL
Granuloma annulare
Reacties op insectenbeten
Polymorfe lichteruptie
 
Behandeling
Bescherming tegen licht
Potente lokale steroïden, eventuele intralesionale steroïden.
Bucky­ of röntgenstralen
Tbl. Prednisolon 5-30 mg per dag met geleidelijke afbouw
Tbl. Ercoquin (hydroxychloroquine) 250 mg per dag
Tbl. Methotrexaat dosis 5 mg - ­7,5 mg per week
Tbl. Neotigason (Isotretinoïne) 25-50 mg per dag